Jongeren die tijdens hun tienerjaren opgroeien in een huishouden waarbij een bijstandsuitkering deel uitmaakt van de inkomsten, hebben op latere leeftijd vaker zelf ook een uitkering. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van data uit 2024. Daarnaast bezitten zij minder vaak een hbo- of wo-diploma.
Van de mensen die in 1995 zijn geboren, groeide 10 procent op in een gezinssituatie waarbij minimaal één ouder of verzorger een bijstandsuitkering ontving. Binnen deze groep werd het merendeel groot in een huishouden waarin er één tot vijf jaar een bijstandsuitkering was. Minder mensen leefden in een gezinssituatie waarin vijf jaar of langer een bijstandsuitkering binnenkwam.
Eindtwintigers die minimaal vijf jaar in de bijstand opgroeiden, hebben met zo'n 69 procent het minst vaak een baan. Daarnaast ontvangt 20 procent van deze groep een uitkering. Dit aandeel ligt bij de 29-jarigen zonder bijstandshistorie op 6 procent, ruim drie keer lager. Bovendien heeft bijna negen op de tien van de laatste groep een betaalde baan. Ook hebben zij vaker een vast contract, werken zij meer uren in loondienst en ligt hun algemene uurloon hoger.
Negatieve invloed
Volgens Latifa Abidi, assistent-professor Gezondheidsbevordering aan de Universiteit Maastricht, komt dat doordat in de huidige maatschappij de arbeidsmogelijkheden worden bepaald door het opleidingsniveau. "Opgroeien in de bijstand heeft een negatieve invloed op je mentale én fysieke gezondheid, wat weer invloed kan hebben op het volgen van een opleiding. Je bent er als kind dan misschien minder bij met je gedachten. Dit staat de mogelijkheid voor zelfontplooiing in de weg." Hierdoor kan het scholingsniveau van kinderen uit de bijstand achterblijven. "Tieners zonder bijstandsverleden kunnen wat meer leven en focussen, die hebben de schadelijke, langdurige financiële stress niet."