
ZWOLLE - Het was gisteren tachtig jaar geleden dat Sylvan Goldman in zijn Humpty Dumpty supermaktketen in Oklahoma City de allereerste winkelwagentjes ging gebruiken. Boodschappen sjouwen in een mandje zou vanaf die dag verleden tijd zijn geweest, ware het niet dat niemand ze wilde gebruiken.
Als je economisch succes wilt halen moet je tegen de stroom in durven zwemmen. Een typisch voorbeeld daarvan is Sylvan Goldman, voormalig eigenaar van de Humpty Dumpty supermarktketen in Oklahoma City. Midden in de crisisjaren besloot hij om het zijn klanten, in de meest praktische zin, gemakkelijk te maken om veel boodschappen te doen. Al jarenlang zag hij dat zijn klanten liepen te sjouwen met mandjes. Dat had voor de klant als nadeel dat het een vermoeiende bezigheid was en voor de winkeleigenaar dat de mandjes een beperkte inhoud hadden en er dus maar relatief weinig boodschappen in één keer meegenomen konden worden. Van vouwstoel tot winkelkar
Het grote ‘eureka-gevoel’ kreeg Goldman toen hij een paar vouwstoeltjes zag staan. Zijn gedachte: Plaats een mandje op de zitting, daaronder nog een mandje en onder de poten vier wielen en iedereen is blij. Samen met onderhoudsman Fred Young bouwde Goldman een eerste prototype van de ‘Folding Basket Carriers for Self-Service Stores’ en introduceerde deze in zijn Humpty Dumpty Grocery Store.
Anders dan Goldman verwachtte sloeg het winkelwagentje aanvankelijk niet aan bij het winkelende publiek. Voor de vrouwen riepen de winkelwagentjes te veel associaties op met de kinderwagen, die ze al genoeg hadden voortgeduwd, en voor de mannen kwam het wagentje zwaar in conflict met hun macho-instinct (Ik ben toch geen vrouw, ik kan wel een mandje tillen!)
Voor Goldman was dat reden om naar een nieuwe truc te grijpen. Het was bij hem bekend dat in theaters, bijvoorbeeld bij premières vaak betaalde ‘klappers’ in de zaal zaten. Mensen die, door te beginnen met applaudisseren, het ijs breken voor de rest van het publiek, dat dan vervolgens ook gaat klappen. Dezelfde truc hanteerde Goldman nu in zijn supermarkt. Hij huurde voor elke winkel een aantal mensen in, verschillende types vrouwen en mannen variërend in leeftijd van twintig tot zestig. Deze modellen moesten met een kar vol boodschappen rondrijden in de supermarkt en min of meer spontaan andere klanten aanschieten met opmerkingen in de trend van ‘Handig hè, zo’n karretje. Waarom gebruikt u die niet?’
Met deze modellen was snel het spreekwoordelijke schaap over de dam. Het duurde welgeteld één week totdat het merendeel van de klanten van Humpty Stumpty het winkelwagentje gebruikte en Goldman het beoogde effect ervan kon zien op zijn omzet.





