
Naar verluid is het graf van Lepejou het oudste moslimgraf van Nederland. Lepejou werd geboren eiland Celebes in voormalig Nederlands-Indië en overleed op 23 juli 1828, hij werd 23 jaar oud. Zijn graf is te vinden op landgoed Huize Arnichem.
Hoe Lepejou naar Nederland is gekomen is vermoedelijk dat hij het leven van Joan Hendrik Tobias, de toenmalige bewoner van Huize Arnichem, heeft gered. Als dank nam Tobias Lepejou als bediende mee naar Nederland. Het kan ook zijn dat Lepejou een tot slaafgemaakte zou kunnen zijn. Volgens bronnen is er mogelijk een relatie tussen Lepejou en een door Tobias in 1810 geadopteerde zoon. Dit is nog steeds de vraag en het hoe, wat en waarom blijft giswerk. Het enige dat vaststaat is dat Lepejou begraven werd in de tuin rond het landgoed Arnichem van de familie Tobias.
Op een van de twee zandstenen zerken op zijn graf staan Latijnse inscripties. In het Nederlands vertaald staat er: ‘Lepejou, die ook Apollo wordt genoemd, geboren op het eiland Celebes en gestorven op 23 juli 1828’. De achterkant van de zerk is voorzien van de tekst: ‘toegewijd aan de zeer trouwe dienaar door zijn dankbare meester, die hem altijd zal gedenken’. Boven deze beide opschriften zijn in het Arabisch de woorden Allahu Akbar (God is groot) gegrift. De aanwezigheid van de Arabische tekst lijkt er op te wijzen dat het om een islamitisch graf gaat. Dat zou heel goed kunnen, want het eiland Celebes in Indonesië is voor het grootste deel islamitisch.
Naast deze stenen archiefstukken is de enige andere historische bron een overlijdensacte van de burgerlijke stand te Zwolle. Op 24 juli 1828 deed stadssecretaris Willem Tobias, de jongste broer van Joan Hendrik, samen met Lulolf Nieuwhout Schuurman, die bij de secretarie werkte, aangifte dat de circa 23 jarige Lepejou, bediende van de heer Joan Hendrik Tobias, oud ambtenaar in Nederlandsch -Indië, ongehuwd, geboren van Boegis ( vorstendom op het eiland Celebes) een dag eerder in een huis in de Bloemendalstraat was overleden. Joan Hendrik Tobias heeft hem begraven aan de rand van zijn nieuwe bosaanleg op zijn buitenplaats. Gezien de opschriften op de twee zerken die het graf sieren moet hij zeer gehecht zijn geweest aan Lepejou. (bron: Koloniaal erfgoed te voet)



