Dalende trend coronapatiënten op Intensive Care Isala: er is weer ruimte voor andere patiënten

IC-verpleegkundige Ellen de la Vieter
Foto: Isala

In Isala is de dalende trend merkbaar op de Intensive Care. IC-verpleegkundige Ellen de la Vieter: ‘’Op de vierde en vijfde verdieping van v3 lagen tot voor kort alleen maar corona-patiënten nu is er ook weer ruimte voor andere patiënten.’’

Dat betekent overigens niet dat Ellen als coördinator een rustige dienst tegemoet gaat. Het A-viertje dat ze bij zich draagt is aan de voor- en achterkant bedrukt met maar liefst 59 plekken voor patiënten. De patiënten liggen op vier verschillende afdelingen. De twee reguliere IC-afdelingen maar ook de recovery is op beide verdiepingen omgebouwd tot IC. De twee telefoons die ze bij haar draagt, rinkelen regelmatig. En ook collega’s op de gang spreken haar aan met een vraag of een verzoek. ‘‘Het is vooral veel dingen regelen en heel veel meters maken. Normaal zou je mij overigens niet in het blauwe coördinator jasje zien, maar omdat er nu zo veel mensen extra op de IC rondlopen, is het voor de herkenbaarheid gewoon makkelijker.’’

Buddy

‘’Om vier IC afdelingen te kunnen laten draaien was en is de inzet van iedereen nodig’, zegt Ellen. ‘De samenhorigheid is enorm. De collega’s van Medisch technologie die zorgen voor voldoende beademingsapparaten, de BAM die ’s avonds nog even een sluisdeur timmert, de apotheek die altijd de medicatie komt aanvullen, wanneer je ook belt. En natuurlijk de collega’s van de OK. Hun normale werk viel voor een groot deel weg en nu helpen ze mee op de IC. Dat vind ik geweldig. Ik ben erg trots op al mijn collega’s.’’ De operatieassistenten, anesthesiemedewerkers en recoveryverpleegkundigen werken als buddy van een IC-verpleegkundige. Ellen: ‘’Wij zijn nu verantwoordelijk voor drie patiënten, in plaats van twee. Dat lukt dankzij de hulp van een buddy. Je doet dus supervisie. Iets wat ik niet gewend ben en die verantwoordelijkheid drukt op mijn schouders merk ik. Gelukkig leert iedereen snel.’’

Privégebied

Ellen werkt regelmatig als coördinator op de IC. ‘’Dan ga ik zo weinig mogelijk het rode deel – oftewel het deel waar wij covid-patiënten verplegen – op. Want dan zou ik mij steeds om moeten kleden. Natuurlijk draai ik daar wel diensten. Het werken met patiënten aan de beademing is gewoon IC-werk. Daar heb ik geen moeite mee. Ook niet met het werken in beschermende kleding. Waar ik wel moeite mee heb, is dat je op één afdeling een vader en zijn dochter moet verzorgen. Beide aan de beademing door corona. Of patiënten die nog goed aanspreekbaar lijken te zijn, nog een laatste telefoontje met het thuisfront plegen en dan in slaap worden gebracht. En omdat familie niet op bezoek mag komen, heb ik telefonisch contact met ze. Ook beeldbel ik, zodat iemand zijn of haar partner even kan zien. Je komt dan als het ware bij de mensen thuis. Ineens zie ik de partner aan de keukentafel zitten met een kopje koffie. Een gesprek tussen man en vrouw maken wij mogelijk door de telefoon naast het oor op het kussen te leggen en dan zelf even de kamer te verlaten. Ik vind het heftig om daar deel van te zijn, maar het is fijn om iets te kunnen betekenen voor het thuisfront.’’

Prachtig

‘‘Als IC-verpleegkundigen hebben wij best een technisch vak en normaal kunnen wij goed relativeren’’, vervolgt Ellen. ‘’Dat vind ik nu wel lastiger. Gelukkig is daar vanuit Isala veel aandacht voor. Ook zien wij patiënten herstellen. Wij zien dan dat ze op een gegeven moment weer zelfstandig gaan ademen met ondersteuning van de beademingsmachine. Langzaam kun je iemand dan wakker laten worden. Zodra een patiënt dan weer stabiel is, gaat hij van de IC naar de cohort afdeling. En uiteindelijk naar huis. Dat is prachtig. Daar doen wij het voor.’’

Niet bang om ziek te worden

Bang om zelf ziek te worden, is Ellen niet. ‘’Nee, wij zijn goed beschermd en daar zijn wij heel bewust mee bezig. Mijn kinderen vonden het in het begin wel spannend. Ze vonden het maar niks dat mamma op de IC werkte met patiënten met corona. Ik heb toen een filmpje gemaakt zodat ze konden zien hoe het hier er uit ziet en hoe ik er uit zie als ik op de cohort-afdeling sta. Dat hielp gelukkig. Het gaf duidelijkheid en het werd een stuk minder spannend.’’

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden