Asielzoekers met een grotere kans op een asielvergunning mogen al na drie maanden aan het werk. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Nu mogen mensen die in de asielprocedure zitten pas na zes maanden werken. Voor mensen met een kleine kans op een asielvergunning geldt dit niet. Mensen uit bijvoorbeeld veilige landen mogen door de nieuwe regels juist helemaal niet meer werken.
Minister Vijlbrief: “Het is belangrijk dat mensen met een grote kans op asiel zo snel mogelijk mee kunnen doen. Een baan helpt bij het integreren. Werk zorgt ervoor dat je sneller de taal leert en kunt meedoen in de samenleving. Ook ontvangen zij eerder loon en dragen zo bij aan de opvangkosten. Daarnaast is het voor werkgevers gunstig dat mensen zo snel mogelijk aan het werk kunnen, zeker in een krappe arbeidsmarkt.’’
EU asiel- en migratiepact
Op 12 juni 2026 treedt het Europese asiel- en migratiepact in werking. Er is afgesproken dat asielverzoeken met een lagere kans op een toelating sneller worden behandeld. Bijvoorbeeld omdat iemand uit een veilig land komt. Daardoor is het sneller duidelijk of iemand hier wel of geen asiel krijgt.
Definitief afschaffen 24-weken-eis
Ook wordt de zogenoemde ‘24-weken-eis’ uit de regels geschrapt. Asielzoekers mochten maar 24 weken werken per periode van 52 weken. In 2023 oordeelde de rechter dat dit niet mocht en sindsdien past het UWV deze eis al niet meer toe. De werkgever moet bij het UWV een tewerkstellingsvergunning aanvragen om een asielzoeker te mogen laten werken. Hierdoor stijgt het aantal asielzoekers met een baan fors. Van ongeveer 600 verleende vergunningen in 2022, tot meer dan 30.000 aanvragen in 2025.